dinsdag 1 augustus 2017

Geschiedenis van het Mirakelsacrament van Viversel (2).


Hoe het gebeurde
In het begin van de XIVe eeuw was Viversel nog geen parochie, maar het  hing af van de parochie Lummen . Een van de kapelaans van Lummen verzorgde de diensten en droeg de zielezorg van Viversel. Hij woonde in de nabijheid van het kleine kapel en de mensen noemden hem : de Kapelheer. De 25e Juli 1317 werd die kapelaan geroepen bij een stervende op het gehucht « Den Dickel ». Het was een heel eind van de kapel, zodat de priester van zin was in één enkele gang zoveel de biecht als de andere Sacramenten toe te dienen. In het huis van de zieke plaatste hij de hostiedoos met de heilige Hostie er in op de daartoe bereide tafelke, knielde en ging in de kamer van de zieke om van deze de biecht af te nemen en hem op het ontvangen van de heilige Teerspijze voor te bereiden.

Dat duurde allicht enkele tijd. Toen de kapelaan terugkeerde uit de. ziekenkamer moet wel de booswicht verrast hebben die het deksel van de pixis opengebroken heeft en de hostie er uit gehaald had om ze mee te nemen.Hij stond daar aan de grond genageld. Daar voor hem lag een bebloede hostie. Bloed vloeide uit de witte gedaante en over het blanke linnen. De priester wist niet wat te denken. Toch bedrogen zijn ogen hem niet.
Na een ogenblik beraad, besloot hij de bebloede hostie terug te brengen naar de kapel.
Aan hun huis bestormen hem angst en twijfel
Wat betekent dit wonder? Wat vraagt God van hem? Wat staat hem te doen ? Hij plaatste de hostiedoos met de wondere hostie terug in het tabernakel van de kleine kapel. Maar twijfel bleef hem kwellen.
s'Anderendaags zou hij opnieuw gaan zien misschien was de bloedvlek dan verdwenen. Maar het tegenovergestelde bleek waar.

Ten einde raad en vrezend dat God iets bijzonder verlangde waartegen hij geen beletsel mocht stellen ijlde de priester naar de grote abdij van Herkenrode. Ge geleerde kloosterling Simon van Aulne (Henegouwen) verbleef daar immers. Hem zou de kapelaan in het geheim de wonderhostie dragen en raad vragen. Een paaar dagen talmde hij echter nog om te zien of het wonder aanhield. Niemand wist er van, niemand sprak hij er van.

Op 01 augustus 1317 besloot hij te vertrekken nar de abdij van de kloosterzusters. Al Biddend, zijn schat in de handen op de borst ging hij de tille weg door het bos en hei en wildernis. Het was een dik uur gans door een woeste streek met schaarse huizen, hier en daar een ven.

Even buiten Viversel graasde een kudde schapen. Als de eenzame priester naderde, schoot er plots als een rilling door de stomme kudde. De kauwende muilen heffende, blikken de dieren op. En ziet daar knikken de spichtige knieën en als gedrild vlijt de kudde zich op de knieën neer voor het wondere Geheim. Verbaasd en beschaamd schreed de priester verder. Hem schoot het evangeliewoord te binnen : « De stenen zullen roepen ! »
Dit gebeurde op de heuvel die door het volk sindsdien "" De Sacramentsberg"" genoemd wordt. De twijfelende mens, beschaamd door het redeloze vee,' spoedde zich verder, gehaast ont het drukkende geheim van zich af te wentelen en ottt uitkomst te zoeken.

Voortschrijdend langs akkers en weilanden nadert de kapelaan de grote abdij . Daar stroomt de Molenbeek en ginder ligt het beroemde Herkenrode in stille Godsverering. De abdij van Herkenrode was een Cisterciënser vrouwenklooster van het einde der XIIe eeuw, onderworpen aan de abdij van Aulne in Henegouwen. De meeste kloosterlingen behoorden tot de adel en de kloostertucht en het gebedsleven waren en voorbeeldig.

Toen de kapelaan van Viversel er ongemeld aankwam in de voormiddag van I Augustus 1317, was de kloostergemeente in de grote kerk verzamelcl voor het officiegebed en de conventuele H. Mis. Daar sloegen de twee klokken van de abdij aan het luiden, alsof een onzichtbare hand hen dreef. Juist begon de Mis van die dag : Het feest van Petrus' Banden. En bij het binnentreden van de priester uit Viversel zong het koor precies de woorden van Petrus bij zijn wondere bevrijding uit de gevangenis : « Nu weet ik zeker, dat de Heer zijn engel heeft gezonden.""

 De kapelaan stapt door de verwonderde kerk naar voren, bestijgt de altaartreden. Wat vreemde beklemming bekruipt de omstaanders. Plots geneest in de kerk een vrouw die door de boze geest gekweld werd. De priester aan het altaar verhaalt de overlevering  kan de Mis van de dag niet vinden in het misboek. Bladerend en nog bladerend valt steeds zijn oog op de Mis van het H. Sacrament. Sedert heeft de abdij het voorrecht {gekÍegen om altijd op I Augustus de Sacramentsmis te mogen zingen. Gevolgd door een processie